ingezonden gedicht
    DE  VOORLICHTING

    Ze waren als veel tijdgenoten, preuts en kortzichtig opgevoed,
    want de rode kool- en ooievaarverhaaltjes deden het best goed.
    Betreffende intieme zaken, werd door hun ouders niets verstrekt.
    Die dachten, dat wordt gaandeweg heus wel door henzelf ontdekt.

    Dat was goed gedacht en onze nieuwe tijd zou tevens maken,
    dat ze nu heel anders dachten, over die lang verzwegen zaken.
    Derhalve kwamen ze overeen, hun kinderen tijdig voor te lichten,
    maar zonder te veel schaamte of verwarring bij hen aan te richten.
 
    Hij zou bij zijn zoon aanvangen, doch zag er toch wel tegenop.
    Hoe zal ik het hem vertellen zonder een beschaamde rode kop.
    Na wat gepieker, kreeg hij toch moed en ook een lumineus idee,
    Hij dacht, ik deel het hem in nogal vage- en bedekte termen mee.

    Hij zag zijn zoon en zei, ik wil straks in een ontspannen sfeer,
    eventjes met je praten, over intiem menselijk geslachtsverkeer.
    Ziezo dat was er uit, verder zou het zeker wel iets vlotter praten
    en bedacht tevens, ik wil hem hierna, niet ontredderd achterlaten.

    Waar blijft die jongen nou, hij is vast te bleu om hier te komen.
    Ja, het is moeilijk voor hem, hierover met je eigen pa te bomen.
    Toen hij eindelijk verscheen, besloot pa maar meteen te  starten,
    Omdat hij hem liever niet langer dan strikt nodig was, wilde tarten.

    Hij viel onverschillig op een stoel en zei, pa moet dit nu persé,
    Maar wist ook, hier kom ik niet onderuit, dus werk ik maar mee.
    Toen pa onduidelijk stond te mompelen en erg hard ging zweten,
    zei hij, toe pa schaam je maar niet, vraag gerust, wat wil je weten.


    P.B.K.  2015